Nog in Atelier

3 juni 2026

___________________________________________

stuk  2 

Toen ik schrijven kon, schreef ik in mijn boek 'Onze Oude rijmpjes en versjes' dat ik de eigenaar was van het boek. Ik had het boek op mijn derde verjaardag van mijn tante Cor gekregen. 

Ik schreef mijn naam en volledig adres

Theodora Cornelia Maria

Hengelolaan 584

's-Gravenhage

Zuid-Holland

Nederland

Europa

Wereld

Heelal

hoofdstuk 1 De randen van de Aarde

zie Home

?????invoegen: foto Gran Canyon van bovenaf met haar berglandschap in haar 

______________________________________________________________________________________

stuk boek  2

hoofdstuk 1 Beneden

Ole Sitekoya

Het is op de bodem van de Gran Canyon dat ik aan Maasai hoofdman Ole Sitekoya (naam controleren in zijn brieven) moet denken. Ik zit als elke ochtend op mijn kiezelstrandje aan de Coloradorivier; vlakbij waar de rivier zich verbreedt. Ik eet haverrepen als ontbijt en beweeg de kiezels waar ik op zit met mijn tenen.

Ik kende Ole van een trektocht in Kenia door heuvelachtig oerwoud. Het was in1997. Wij Nederlanders liepen daar met hem en een paar lange Maasaimannen met hun speren. We hadden geitjes bij ons om onderweg op te eten. De mannen liepen met grote passen en de geitjes huppelden mee. Slapen deden we op een zeil in onze slaapzakken. De Maasaimannen wikkelden zich 's nachts  in hun roodblauwe doeken bij het kampvuur en de geitjes gingen liggen op de bosgrond en  hadden genoeg aan hun eigen vacht. Het vuur bleef de hele nacht aan om de wilde beesten op afstand te houden. Vroeg in de ochtend  hesen we onze rugzakken weer op de schouders om verder te gaan. We moesten soms goed doorlopen: rond een uur of zes viel het donker plotseling en dan moesten we op de beoogde pleisterplaats zijn. 

Een paar maanden later was Ole te gast bij ons in Den Haag.  Hij was net terug uit de Verenigde Staten waar hij aan de universiteit van Seattle lezingen had gegeven. Op Schiphol zou hij een dag of wat later een doorvlucht hebben naar Nairobi. Mijn lief Zahar en ik ontvingen hem met een enorme pan vol gebraden geitenvlees. Moses at het 's morgens, 's middags en 's avonds en prijst ons: in Amerika had iemand eraan gedacht hem gewoon geitenvlees te geven, hij had er van alles moeten eten  en na het eten had je nog honger. De boterhammen en groenten die wij aten, bezag hij meewarig. 

Ik nam hem mee voor een wandeling door de stad, richting zee... Voor we de straat op gingen, waarschuwde hij mij: dat hij geen verschil kon zien tussen het ene stenen gebouw en het andere. Dat hij volledig zou verdwalen als hij er op zijn eentje op uit ging. 'Je mag me dus niet alleen laten', zei hij.

Westwaarts gingen we over het Noordeinde, ik wees hem het  werkpaleis van Koningin Beatrix. Hij keek kort opzij, noemde de koningin 'a big girl'  en keek  weer voor zich.. En ik probeerde deze man met zijn grote Maasaipassen bij te houden. Bij de etalage van een ouderwets café op het Noordeinde bleef hij plotseling staan. In de vensterbank stond een glazen vaas met kiezelstenen voor het raam. Voorovergebogen bestudeerde hij ze. Toen wees hij ernaar met zijn lange benige vinger: "deze stenen zijn heel belangrijk". Door de nadruk die hij op zijn woorden legde, meende ik dat hij mij wilde doen voelen dat het paleis dat we zojuist passeerden hier niet aan kon tippen. Hij voegde eraan toe dat de stenen heel oud waren. Ik had me nog nooit bezig gehouden met de leeftijd van kiezelstenen. Ik herinner me niet meer of ik hem dat zei of niet. Mij deden ze denken aan lelijke voortuinen in Nederland met kiezelpaadjes naar de voordeur; ze deden me denken aan tuincentra waar je ze per twee en een halve kilo in plastic zakken kan kopen. Kiezelsteentjes in mijn arme vlakke land,  gebracht door de rivieren vanuit de Alpen... of waarschijnlijk nog prozaïscher uit nog heel andere gebieden waar ik geen weet van had maar waar ze goedkoper waren....

Nu aan de oever van de Colorado in het grootste ravijn van de wereld  moet ik door de kiezelsteentjes waar ik op zit denken aan het geschoren hoofd van de Maasaichief vlak voor het vensterraam van een café op het Noordeinde. Het hoofd met de oren: de lange oorlellen met enorme gaten erin daar had ik toen gemakkelijk mijn vinger doorheen kunnen steken, misschien wel twee vingers. In Kenia, in zijn manyatta, had hij lange oorbellen gedragen van rode en blauwe kraaltjes. Maar hier deed hij dat niet. En hij had zijn roodblauw geblokte doek waarschijnlijk ook thuis gelaten: hij droeg nu een rode fleece en een donkerblauwe broek. Om zijn arm kralen armbanden van zijn volk maar die zag je niet doordat voor we naar buiten gingen de mouwen van zijn blauwe T-shirt eroverheen getrokken had. Maar opvallen deed hij toch wel door zijn lengte en de grote stappen waarmee hij door het Scheveningse bos liep en als we een hond tegenkwamen, groette hij het dier door zijn hand even op te steken en wat voor mij onverstaanbare woorden te mompelen. Op de boulevard van Scheveningen draaide hij zich af van de zee. Ja, dat had ik inderdaad ergens gelezen: Maasai houden niet van de Zee. Toen liepen we weer terug door de Scheveningse bosjes en de stad naar het huisje van Zahir.  

In de krochten van Aarde gezeten op een strandje met hier en daar wat kiezels. Nu begrijp ik Ole nu wel:  dat de kiezels waar ik op zit de overblijfselen zijn van enorme keien die hier in de kloof of elders ooit klein geslepen waren door de Coloradorivier die de stenen almaar heen en weer had laten rollen en tegen elkaar had laten botsen en schuren. Duizenden jaren  geleden was dat, of veel langer geleden natuurlijk ...uit de tijd van de Dinosaurussen ofzo.

Hoe lang was er eigenlijk water op de Aarde.. ook de Coloradorivier was zo oud... en ik dronk ervan. Het water verdampte tot wolken en dan viel het water weer naar benden en ging ik het drinken en dan was het in mij. Was dat hetzelfde water als toen de Coloradorivier net geboren was? En was dat oude water met wolken meegegaan naar de zeeën rond Japan en toen weer later na regen en sneeuw te zijn geworden in de wateren  van Nederland gevallen zijn en had ik dat oude water dat voor mij als nieuw was weer gedronken? En besefte toen dat niet alleen de rivier maar ook ikzelf van dat oude water gemaakt waren: de planeet, of onze wereld, bestond voor ons natuurlijk pas bewust toen we gingen denken maar al die jaren hadden we water gedronken .. en was het water ooit verdwenen van de planeet... dat kon eigenlijk niet. Al het water wat er was dat moest er zo ongeveer nog steeds zijn. Er zou nooit water bijgekomen zijn .......

Gedronken had ik In ieder geval wel van de huidige Colorado.. want ik had  mijn veldfles ermee gevuld. Was mijn lichaam nu Colorado? Mijn hele lichaam zat vol water, zo een  60 % en mijn hersenen wel70%.   Als ik goed doordronk dan was ik een en al Colorado. 

Bij mijn tent graast het hert weer en verderop staan er nog een paar. met haar vochtige ogen met lange wimpers. Haar lichaam bestaat net als het mijne grotendeels of minstens voor de helft uit water dat zo oud als het water op Aarde oud is. Het water kent deze oude aarde als geen ander.

 Het wordt koud. De zon schijnt maar zijn stralen raken mij  niet meer in de diepte van de kloof.

Het water verdampt tot wolken en dan valt het als water weer naar beneden en ga ik het drinken en dan is het in mij. Is dat hetzelfde water als toen de Coloradorivier net geboren was? En was dat oude water met wolken meegegaan naar de zeeën rond Japan en toen weer later na regen en sneeuw te zijn geweest in de wateren van Nederland gevallen en had ik dat oude water dat voor mij als nieuw was weer gedronken? Gedronken had ik In ieder geval wel van de huidige Colorado.. want ik had  mijn veldfles ermee gevuld. Was mijn lichaam nu Colorado? Mijn hele lichaam met zo een 55à 60 van water gemaakt en mijn hersenen bestonden voor  wel 70% uit water.   Als ik goed doordronk dan was ik een en al Colorado. 

Water op onze Aarde is zelfs ouder dan de Zon verondersteld men... De moleculen  zouden al miljarden jaren geleden gevormd zijn  in de ruimte.....

Bij mijn tent graast het hert weer en verderop staan er nog een paar. met haar vochtige ogen met lange wimpers. Haar lichaam bestaat net als het mijne grotendeels of minstens voor de helft uit water dat zo oud als het water op Aarde oud is. Het water kent deze oude aarde als geen ander. n grote ogen bekeken ze mij. Die was ook ruim 60 of misschien wel 70% Colorado. Ik knikte het hert toe en daar keek hij weer. Bleef weer kijken, stapte dichterbij.  Hoeveel mensen die ooit hier gelopen hadden en gekampeerd hadden hun etensresten aan de herten gevoerd?  Ik zuchtte.. Ik loop u rond met superoud water in mijn lichaam en loop er zo nog mee naar boven en al die mensen daar op de 'rim' die hebben ook oud water in hun lichaam die zijn ook voor meer dan de helft water. Water is telkens weer verdampt, zee geworden en rivier en in mijn lichaam opgenomen en weer uit geplast. Dat is water. Zelfs het water in mijn lichaam is millennia oud als de Grote kloof in de Aarde.

Het wordt warmer, de stralen van de zon die eerst alleen de vlakke toppen van de bergen in de kloof beschenen, raken mij nu hier in de diepte.. Tussen de grassen en struiken lig ik op mijn rug  nog een tijdje omhoog te staren naar bergen die gisterenavond van grijze en rode aarde leken te zijn en weer wat groener lijken. Nu heb ik geen zin meer om op te staan en denk weer aan Ole Sitekoya, met wie ik toen ook in het duingebied vlak boven Den Haag gewandeld had.  Bij elk geritsel stond hij stil  en wees dan op een konijn en zelfs een keer een vos.  Ik had er anders zo langs gelopen. Hij complimenteerde mij dat ik hem mee  uit wandelen had genomen, dat was in de VS helemaal niet gebeurd, zei hij. We dwaalden alle kanten uit:  de paden hadden we inmiddels verlaten en we liepen door bossen en later weer over zanderige stukken. Hier en daar stond een eikenboom met wat  meidoornstruiken eromheen. Plots  vroeg ik me af waar we eigenlijk  waren en in welke richting we lopen moesten voor de auto. Ole Sitekoya zag mijn verwarring. Hij keek me opmerkzaam aan: 'Weet je niet in welk richting we lopen moeten voor de auto?'  En hij wees met zijn lange arm en lange vinger zuidwaarts. Ik sjokte achter hem aan door mijn eigen duinen. Struinend door grassen en bossen  kwamen we weer bij de parkeerplaats uit. We reden terug uit Wassenaar over de Bezuidenhoutseweg en op het kruispunt van de Laan van Nieuw-Oost-Indië deden de stoplichten het niet.  Een agent regelde het verkeer. Midden op het kruispunt stond hij en gaf mij een stopteken door zijn hand omhoog te steken. Ole, vanuit de passagiersstoel naast mij, stak zijn hand ook omhoog om de politieman te begroeten.

Ik ga rechtop zitten, vraag me nu toch af hoe oud kiezelstenen van Ole werkelijk zijn. Ze zijn natuurlijk nog veel ouder dan de planeet Aarde: het moeten overblijfselen zijn van een kosmisch spel van niet miljoenen maar van miljarden jaren her in ons heelal toen er nog geen sprake was van onze Aarde, dat ze deel waren van een  rondtollende gassen of wat dan ook, die dan weer stolden  in een sterrennevel  waaruit ons zonnestelsel geboren werd en dat ze misschien wel deel van gesmolten steen  geweest waren en toen weer gestold,  en daarna pas bij de vorming van onze Aarde zich miljoenen jaren lang als enorme rotsblokken  en toen pas tussen rotsen en stenen klein geschuurd  werden, miljoenen jaren lang....of iets van dien aard.... en nu ervaren ze, gefragmenteerd weer  een heel ander bestaan.  Ole Sitekoya.. die had gelijk gehad om ze een poosje te bestuderen daar op het Noordeinde en om het Paleis links te laten liggen...Ik zie omhoog naar de ronde bergen die uit de bijna twee kilometer diepe  kloof omhoogrijzen. De Gran Canyon is 5 tot 70 miljoen jaar oud. maar de gesteentelagen 1,8 tot 2 miljard jaar en nog ouder ..ooit geboren in een vergetelheid die wij ons niet kunnen voorstellen.  Die steentjes daar, die kwamen uit een nevel van miljarden jaren ver weg in oude tijd...

Ik schurk met mijn rug op mijn plekje aan de Colorado en daar zijn de herten weer!  Gisterenavond had ik hier op een armlengte afstand nog herten ontmoet hier, muildierherten; ze stonden tussen de struiken te grazen en keken mij met hun grote vochtige ogen lang aan...ik kon ze vrijwel aanraken... en later stonden ze weer bij mijn tentje te grazen en schrokken nergens van.  En daar zijn ze weer...Et in arcadia ego.

De volgende dag sta ik vroeg naast mijn tentje om de tocht naar de bovenwereld weer aan te vangen. Ik leg mijn hoofd in mijn nek. . Daarboven, helemaal boven zijn de bergen afgeplat , de hoogte van de toppen gelijk aan het landschap eromheen. Ik neem er twee dagen voor.  Ik ga lekker langzaam lopen en ergens op de helft of twee derde was een plek waar je kon kamperen.

De dag gaat voorbij met het neerzetten van mijn voeten, het even omkijken naar hoe diep en even omhoog kijken naar 'hoe ver nog' en dan weer plekjes zoeken om mijn voeten stevig neer te  zetten. En als ik tegen het avonduur weer tot rust kom bij mijn tentje dat ik heb opgezet zo halverwege de wand van het ravijn, zie ik de canyon weer: boven mij de ronde bergen met afgeplatte toppen en in de diepte de rivier, die vanaf hier onzichtbaar is. Ik had in de machtige kloof geslapen vlak naast de Coloradorivier die de kloof alsmaar verder uitsleep.

Het water kent deze heel oude aarde nog. De Coloradorivier heeft het landschap uitgesleten  en dat duurde miljoenen jaren... diepste 1860 meter andere stukken 1600 meter... dus zo hoog zijn de bergen die erin zijn en van boven zijn afgeplat gelijk  de toppen gelijk zijn met het landschap eromheen. 

En zo slijpt de Coloradorivier de kloof almaar verder uit. Onzichtbaar. gran canyon: hoe breed hoe diep 1,8 km op smalste deel en 29 km op het breedste deel....

 Morgen ga ik weer nar boven en leg ik mijn armen over de rand van onze Aarde, tot en met mijn oksels, zo stel ik me voor....zoals ik ze ooit liet afhangen langs de rotsen op Strómboli.  

En zo droom ik hoe ik uit de Gran Canyon omhoogklim, rek ik mijn  armen en mijn vingers juist boven  haar randen uit om haar te voelen. Dan leg ik mijn armen op haar, vanaf mijn oksels.. mijn voeten dan klim ik over de rand en ben ik OP haar.

maar zo scherp is de rand van de Aarde  daarboven hier niet.. ik  klim dat laatste stuk geleidelijk: over een pad dat zigzagt en me brengt naar waar mensen  foto's nemen van de toverkleuren van het berglandschap voor  hen en onder hen.  Achter hen is de parkeerplaats en verderop, nog een stukje lopen, de grote camping waar ik  een plekje gereserveerd heb. 

 De Olifanten op Aarde

herinning aan petosaurus enzo en dan de mammoet... van mijn tante....

Brieven van Moses Ole Sitekoya over de Olifanten die lopen en lopen en lopen

Op safari gezien maar dan toch gevoel van een dierentuin

later in Namibië  die met haar zwaaiende kop naast me...

En ik wil ook altijd maar lopen, ga het doen op een dag... begin ik te lopen, gewoon mijn huisdeur uit en zuidwaarts, ik wil zo  zuidwaarts mogelijk en het begint in de Maastunnel 

Zij... die alsmaar lopen, staan en lopen  en dan liggen gaan aan de rand van de weg en lekker slapen

  __________________________________________________________________________________________________________________

Laatste hoofdstuk van het boek:

 

Mijn huis op natte zeeklei , zelfgemaakt land....

Het papier en rode boekje met mijn naam en mij nummer erin  rust al weken in het smalle linen tasje  tegen mijn baarmoeder aan. Was ik dan thuis bij de Noordzee? 

Wij woonden op natte zeeklei. Mijn voorouders... als dat inderdaad mijn voorouders waren.. ik weet mijzelf maar 7 generaties terug en wat de mijnen die volgens bereekeingen niet meer de mijnen zijn, daarvoor deden is verloren in vergetelheid.. mar mijn voeten kende de aarde en de modder onder de madelieven en biterbloemen en paardenbloemen in de wei naast ons huis.. hadden dit land zelf gemaakt en door dijken aan de z en dijkjes aan de zee onttrokken.. ze lieten zich niet meer alsmaar wegspoelen en zo was de zee  mijn kameraad en zagen we in de avond vnuit ons ze flat  op poldergrond met straatname uit DOverijssel war in de polder de lichten  en in de zomer het zand rtussen mijn tenen van de duinen, nauwelijks 40 minuten fietsen voor mijn moeder en het schelpenzand van kijkduin en den haag en de golfslag van de noordzaazee die eindeloos leek toen....

 mij vrbeste vriendje dat ik verloor in een poldersloot vlak naast ons huis...en wij bovenop elkaar in kleine appartementjes woonden i portiekwoningen.. een tijd van niet meer dan 1 auto in de straat... en waar ik lvoetbalde zonder het echt te leren. Ik leefde onhandig en scheef in mijn licham.. echt sportn..dat lukte niet...

 eeen tijd van zelf naar school lopen hen en weer in de ochtend en heen en weer in de middag en heen en weer naar het zwembad en heen en weer aar turnen wat ik niet kon...

Eventueel dit  onderwerp ook?

PAPIEREN VOOR DE CANYON

Na twee dagen klim ik met dat oude water in mij   naar boven, het papier in mijn borstzak zegt dat ik maar twee dagen diep in de Aarde mag blijven, drie dagen en twee nachten… en als ik deze nacht  mij tussen de struiken hier verberg op de een na hoogste verdieping  dan ben ik morgen ongeldig op deze plek. Maar ben ik dan niet altijd geldig als ik de Aarde  aanraak? 

...zo gauw ik tussen tenten sta  op de camping daarboven zo’n kilometer lopen vanaf de grote diepte...vanaf de ruwe rand  vergeet ik de tover van haar randen als er weer een auto langs mijn tentje rijd en ik de buren bij hun tent hoor kletsen zo gauw ik tussen tenten sta  

Het kleine kind dat pas de aarde beloopt

Drenthe als klein kind: smalle paadjes

Het was in die tijd dat we in Drenthe liepen en ik  korenschoven zag... misschien was dat al eerder want we gingen altijd kamperen maar hier heb ik mijn herinneringen aan. Toen ik lopen kon, al een paar jaar natuurlijk, niet meer werd voortgeduwd in het wagentje...

en het bos in wilde an de linkerkant van het half verharde pad..  ik had kortere benen dan mijn ouders en mijn zusje en was te moe  om verder te lopen... te zwaar om op de nek van min vader te mogen zitten

.Dat ik op de kronkelpaadjes wilde lopen tussen de sparrenbomen en het geheimzinnige donker. 

Ander keertje zei mijn moeder... en zo voortstappend op korte slappe benen  een eewigheid rechtdoor lopen afsloegen om het stukje hei op te gaan waar onze tent stond... het Andere keertje bleef gegrift in mij tot nu toe... Het is één van mijn vrogste herinneringen van een van onze vakanties met het gezin, herinnering an hoe de grond van zand voelde, hoe donkergroe het bos daar was en hoe geel de schoven op de het land met kor war je in kon gaan zitten, tegen elkaar geschoven in de dro om te drogen...

Mijn eerste avontuur deed ik op dribbelbenen, het land in naar de sloot erachter, mijn voortvrende vriendje achterna die veel moed en ondernemigslust had.

de grasjhalmen moeten hoog geweest zijn...Eerst…

Waar ik mijn voeten en  in schoenen, bruine schoenen met veter in het water hangen liet  in die poldersloot naast onze vierhoge  flat en zijn open mond zag waar geen geluid uit kwam…

het kleine kind dat pas de aarde beloopt en met kleddernatte schoenen thuiskwam  en ik me schaamde voor de natte schoenen en dat daar vrouwen stonde , de buurvrouwen bij elkaar en het zo opviel dat ik mijn kleine vriend niet meer bij me had die  de sloot tot zich genomen had.. en zijn geschrokken en verdrietige gezicht  en hij ooit meer is teruggekomen en we dit ons laatste gedeelde avontuur was  wat daarna was ij er voor altijd niet meer….

 Ik was drie denk ik of ik was ik 2 driekwart….

  En stapte ik alleen naar huis en vond daar mijn moeder en de zijne

..en andere vrouwen

En was mijn moeder en was zijn moeder ware beiden zo geluidloos

En die tijd daarna was ik voor heel lang alleen… en  rende na een jaar of wat met kinderen in de bosjes, tikkertje en vader en moedertje en we hadden ons huis onder de struiken daar kookten we de blaadjes van de struiken op vuur dat wer niet wa en schonken we thee uit een aluminium theepot en bouwde ik een tent van een oud gordijn op het weiland, of op het grasveldje naast mevrouw Tinkelenberg.  en schonk ik grenadine voor de kinderen uit de buurt. 

In mijn eentje want ik had kinderen die bij mij aan de deur kwamen één voor één afgewezen.  Soms deed er een kind mee. tussen de vierhoge flatjes die zich uitstrekten over de polder en bij de stad hoorden..de stad aan zee, de armen woonden op het de klei, de rijke op het zand.

Wij bleken later eigenlijk niet zo heel arm te zijn. Mijn ouders voelden zich rijk. Het was gewoon voor velen een tijd van opbouw zo  vlak na een oorlog eaar we veel over hoorden maar die onvoorstelbaar was voor een mens dat er niet in geleefd had en voor wie het voorbije geschiedenis was. En mijn vader studeerde voor zijn plezier leerde alles over computers en schoot omhoog in rang i he op het ministerie. 

 

Kon ik op mijn vijftiende In de Ban van de Ring nog mooi vinden, waarin ver gelopen werd, gewandeld werd....was ik gegrepen door de queeste, kend e ik nog onschuld, tdrie jaar later was mijn lijfboek de Korte Brief bij het lange Afscheid, het vertrekken met het gevoel niet te willen weerkeren. Ik kon alleen maar slapen  als ik mijn depressie kon uitschakelen en dat kon door mijzelf te verijzen: alsof ik me op de noordpool bevond...............alsof ik me op de zuidpool bevond. verlngend naar gevoelloosheid en verdrinken in de zee. 

 Ik wilde wild

 Na zes of zeven jaar studeren en alsmaar lezen ...dat mocht ik ...al,maar lezen  want ik studeerde literatuurwetenschap. 

Ik las Pirandello en ging met Marjolein naar Kaos van de gebroeders Taviani  de herders en de dorpsbewoners, de bazen en de dorpelingen, de verweerde koppen in het landschap, daar wilden we heen. Het jaar daarvoor was het Italië, de grote liefde overal op zoek naar  li literatuur en kunst van rond de eeuwwisseling en de muziek.  Mijn specialisatie die literatuur met de vreemde hoofdpersonen die ook oms van rol wisselden de vrouw werd man en de man vrouw en dat fascineerde mij, wat een wereld van artificieel en gek. Wagner en Schloss Neuschwanstein e ne Salzburg dth sound of Music, haar lelpleinen zien, de passie van toen ik zeven, acht en negen was en lsmaar het verhaal van Maria wilde schrijven en nooit verder gekomen dan de eerste drie bpaladzijden... nu was de literaire kennis rijper en werd het dood in Veetië en waren de straten zo in 1983 nog vol met de was van de Vnetianen, tien jaar later waresa dat verdwenen

Sinds die film was ik Italiaans gaan studeren want dat wilde ik leren praten.. dat was de mooiste taal van de wereld, die me bracht in de toverwereld vn het voor mij toen verre zuiden.

en ni- a de film,  wilde ik nergens anders meer heen   dan Sicilië zien en zo vonden we het Corleone van de Godfather waar wij met de bu vanuit Palermo heen waren gegeaan , het verhaal volgend en proberen terug te vinden in het echt wat zo echt was voor ons: 'net cht'precies als in een verhaal'... zo dachten wij.  En Corleone was echt, hel echt een bolwerk van de Siciliaanse maffia.. het lag in een gebied van zand en nog eens zand en hoitte zonder schaduwen, bomen waren er niet te vinden en de zon stond ons van recht bovenaf te geselen:

 Hier woonden de mense inderdaad met hun paard in de gang en keke schoven ze het gordijn opzij om te kijken welke vremdelingen daar liep3en en wij verkenden die zanderige straten in zanderig la heet land en wisten nu dat Corleone heel werg waar was.  En achteraf gezien.. we waren daar zo halverwege de jaren tachtig ... waren dit de jaren dat de mffia  die werkelijk de maffia controleerden in die tijd. we waren in het ware duivelsnest mar stapten later weer in de bus innaar Palermo. Ik had toen nog mijn tas... die werd de volgende dag gestolen op de markt van Palermo. Toen ik naar het politiebureau ging om het aan te geven  moest ik een lijstje mken van alees wat erin zat. De man met het overhmed dat te strak om zijn lichaam zat en de knopen op springen leken te staan monsterde het lijstje van boven naarnaar beneden. Toen keek hij over de rand van zijn  het zwarte montuur van zijn bril.. Zijn l weinige haren plakten op zijn hoofd en hij vroeg of ik verzekerd was.Ja , dt was ik toen zwaaife hij  zijn armen vele malen omhoog en zei  dat iok de prijzen dan veel hoger moest maken en meer moest opschrijven want zo kreeg ik veel te weinig terug. 

Ik kocht  weer een nieuwe portemonnaie en make up en die dg bezochten we  de catacomben waar llemaal doden waren die gemummificeerd waren óf door de droogte of door ongebluste kalk zoals ik het begreep, ook een kindje van een paar jaar oud. Idedereen zat daar dood en al en aangekleed en rechtop en buiten moesten we even bijkomen van  onze bijzondere vangst voor we ons begaven naar de  en we naar de westkust reisden en dar mijn de man zouden tegenkomen die ik een paar dagen geleden op een eiland gevonden had en op wie ik verliefd was geworden. We leken verliefd, we waren het ook... hij had die eerste nacht verteld over een nog andere vriendin in Zwitserland. Ik geloofde toen nog, de naweeën van de jaren zestig en zeventig  e de positie die de NVSH toen innam: vrije liefde voor iedereen, getrouwd of niet.. alles was mogelijk  en dat had ik tien jaar geleden al gehoord ik was ervoor maar veel vriendjes had ik niet......in de vrije liefde mar het was al 1985  ik was al 27 en verloor heel wat jaren met aan liefdesverdriet  en altijd verlangen maar dat zou pas later komen.

Het jaar erop lag ik in februari alweer in zijn armen. Ik had wel begrepen dat we niet echt verloofd waren daarom reageerde ik op een advertentie  in de Volkskrant  was het denk ik om mwet een groepje naar Sicilië te gaan  om daar aar de horizon te lopen. Er was geen wandelroute er was alleen een kaart en die was 1 op 100.000 volgens mij, bedoeld voor auto's en zo was ik coor Luigi Pirandello en toen de gebroede3rs Taviani en vervolgens de vrouw met de kaart van 1 op 100.000  met nog drie anderen in febrauari naar Sicilië te gaan en dan had ik mooi de gelegenheid de man weer te bezoeken  zogenaamd en passant. Maar eerst gingen we lopen door het nog net oude Sicilië- het laatste decennium misschien met de verweerde koppen die Taviani gevconden had in het ruwe land, in de dorpjes waar alles nog leek te zijn als het 100 jaar daarvoor was, toen mijn opa geboren werd in Haarlem in 1886.

 De tocht gig door de bergen... de kaart hielp ons niet veel, de pade stonden er niet  iop en de herder die aan wie we vroegen waren ar we warwen hield de kaart op zijn kop , met een verlegen lachje om een mond met een paar tanden.. Ik was beland in Kaos.

 We liepen hoger, dan kregen we misschien wat overzicht en het werd donker en de lichtjes in de huizen gingen aan  en we keken naar de overkant, over de Straat van Messina heen toen we daar met ons allen, drie vrouwen en twee mannen zaten en stonden te plassen.

 we hadden een herdershutje gevonden  en het slot geforceerd en daar een vuurtje gemaakt en geslapen... tenten hadden we niet bij ons.. we zouden slapen waar we een slaapplaats zouden vinden.

De andere ochtend schreef ik een briefje in het Italiaans dat ik dagelijks studeerde met mijn grammaticaboek met oefeningen en woordenlijsten en de nieuwe woorden had ik op de deur van de wc geplakt  in mijn 19e eeuwse appartement in zodat ik ze telkens kon herhalen als ik daar zitten ging.  Ik schreef dat we dar gelopen hadden met zijn vijven en dat w het sneeuwen ging en dat we toen de deur geforceerd hadden en dat we hem genoegdoening wilden verlenen.

 

 Wij liepen nog een tocht vol met avonturen over lava en langs de ( riviernaam) en kochten brood in een dorp waar het brood voor je neus gebakken werd en warm meegegeven en waar we wijn kochten uit en vat en we ons wter eruit gooiden en de wijn erin wen we dronken door de bergen liepen en water dronken met o vreselijke dorst kregen en onze mond lurkten aan het water in de rivier vol wart lavasteen. Maar goedd.. ik schreef de man en wel drie maanden later, allang weer thuis kreg ik een vbrief terug dat hij blij was dat hij ons zonder dat hij het wist gastvrijheid had kunnen geven en hij gaf zijn adres  en toen stuurde ik hem hollandse rauwmelkse kaas.. de beste maar die is nooit aangekomen... waarschijnlijk door de douanemensen opgegeten. 

 

We kwamen ook nog bij mensen  die woonden in de hoge bergen, het dorp bovenop de top van een berg en we liepen over hun land en vonden daar een verroeste wasmachine waarin, in de trommel een vaasje met bloemen stond e bij een Mariabeeldje. We mochten slapen op het land van deze arme mensen m die wel elf kinderen hadden. Ze heetten Jozef en Maria en geboten ervan gastvrij te kunnen zijn. 

 Ik had in Nederland nog nooit mensen gezien of gehoord die heel gelukkig werden van het gastvrij zijn zonder dat ze het wisten of dodelijk arm waren en  ons op hun land vroegen.  te staan bij de verroeste wasmachine met bloemen.

We hadden ontelbare avonturen  mar wart er nog uitsprong was toen ik in de avond nabij een klooster aan de de bel klingelde die naast de deur ging en broeder Antonio opendeed n ons binnenliet.

 Hij woonde er helemaal alleen in het grijze gebouw dat direct aan de smalle asfalten bergweg lag, vlak aan de kust aan de straat van Messina, misschien was er nog een bediende.. We mochten slapen in de kloostercellen  en in de avond het avondmaal met hem delen  en toen nodigde hij ons na het eten met een grijns uit om met hem de catacomben te betreden van het klooster...

 Ik vermoedde dat ik weer opgezette lijken zou zien... ij bereidde niemand erop voor en daar zaten de mensen opgeprikt in hun beste kleren met hun grijnzende hoofden en de monnik had het grootste plezier om de ontstelde gezichten van mijn medewandelaars. Het was een bergdorp nog steeds in de provincie Messina en in het café ernaast waar we ook nog even heengingen , hingen krantenknipsels aan de muur  van de opnamen van de film van de film en tv-serie 0ver de Corleones  en dat die hier was opgenomen, in het bergdorp waar wij in het klooster sliepen. En zo was ik dan in het Corleone gekomen van de film... het kon niet beter, ik kon schaterlachen.

 We liepen nog veel verder over de rotstige zarte odem om de Etna heen  naar de geelwitte  stenige bodem van de provincie van SDiracusa... uiteindelijk bezochten we het eiland van mijn geliefde en deed ik alsof ik en passant daar kwam. Ik bleef daar en de rest ging naar huis. en wij reden later door zijn Siclië naar zijn moeder in Siracusa... het was nog steeds februari en in een of ander bergdorp ,makten we het carnaval mee in een parochiezaaltje waar e jongens de meisjes konden halen om te dansen en de moeders en oma's  langs de kant de boelin die gaten hielden met hun tasje op hun schoot van hun  jurken en zorgden zo zorgden dat de meiden hun eer bewaarden enniet weer een ongehuwde dochter met kind erbij kwam....

En ik bleef nog een paar jaar nar mijn grote liefde gaan en Pirandello zoeken en Kaos en ik sprak inmiddels behoorlijk goed Italiaans en kon de schrijvers in het Italiaans lezen... die toen met zijn zwitserse trouwen wilde al zei hij het niet met zoveel woordenen ik  mij van hem lostrok...

Jaren later zou ik hem opzoeken me samen met mijn grote liefde, een Aranbische man  en hij was alweer gescheiden van de Zwitserse en hij zei dat hij toen absoluut de verkeerde keuze had gemaakt dat ik het had moeten zijn. Hij was heel beleefd tegen Zahar en beetrok hem overal bij  Zahar mijn tweede grote passie in mijn leven waar ik de nu tweemaal gescheiden .... mee confronteerde. Zo hadden we een nieuwe werkelijkheid geschapen van een Siciliaan en een Arabier die elkaar niet naar het leven stonden...

 

Hij nam zijn verlies n is mij altijd blijven schrijven ..nog wel decennia.. tot ik ook gescheiden was van Zahar en hem niet meer terugschreef....

Maar misschien was wel veel belangrijker dat ik  daar op Sicilië m had geleerd te zwervend te lopen of lopend te zwerven in het land van Kaos.

 

Sindsdien loop ik met grote passen over de planeet wr we met zijn allen op wonen.....en was ik uiteindelijk in de gran Canyon gelopen er weer uit gekomen om te lopen waar ik maar wenste te lopen

 

 

 

 

 

 

Sicilië, daar was het 'goig on'in mijn idee en de on scheen en de nieuwe man was  aatrekkelijk, ik was thuis in zijn armen, voelde mij er thuis, was er thuis en wilde er blijven voor als er eens oorlog zou komen, dan zouden deze sterke arme er zijn. 

 

 

Sicilië

 

Ruim een decennium later was daar het andere keertjeIk kon pas wee kwart eeuw later toen of ietsje meer datEerst Nove Cento 1 en 2  1976 Bertolucci maar later pas goed bekekenen toen de verhalen van Pirandello  in Kaos (1984)   het negentiende eeuwse Sicilië dat ik terugvond op Sicilië. mij naar Italië riepen en uiteindelijk nar Sicilië. En toen ik daar kwam zag ik dat het goed was. Ze hielpen mij to come on age en na jaren van afgesneden zijn het leven weer in de hand te nemen na jaren met mijn neus in de boeken een studie Literatuurwetenschap afrondde.  Na veel jaren van Leven in boeken en verhalen ….…….de wereld weer te betredenen uitgenodigd werd om mee te gaan met een groepje naar datzelfde Sicilië  van hartstocht en wreedheid en liefde en dood.  Ik me na een diepe droom over de vogel Phoenix weer Leven voelde.  En  ik op de kleine paadjes lopen ging  die ik mij gedroomd had, in mijn bloed bleek te zitten.. het zwerversleven. 

Ik een groepje vond om samen mee te vagebonden

 

 

 

 

 

 drewaar de wereld  eindelijk begon

toen ik voor mijn plezier weer lopen ging en dan gelijk maar vagebonden met

 

 hoofdstuk 2?

 

Wij woonden 'op de wereld' toen, zo zeiden we dat. Tegenwoordig hoor je mensen praten over 'de planeet' of  'de Aarde', invloed Engelse taal. 

LIJST VAN mogelijke scènes

 

Sicilië en Pirandello en Drenthe en dan Santiago 

Of beginnen met Cross Fell

De wandeling in Drenthe

We lopen over een brede zandweg... eigenlijk  half verhard, denk ik want het is zo lang geleden.

scene met het gezinnetje over die weg 3n het verlangen van mij als kind naar een bospad

herinneringen zijn vaak anders dan de werkelijkheid maar de mythe die ze maken die is onzettend waar: dat ik het bos miste en te klein om daar op dat moment verandering in te brengen  en was het ook misschien niet het tijdstip... qua etenstijd .. om die keuze te maken

en dit verbinden aan de bosjesmensen  toen ik met hen wandelde over een brede weg tusse velden en toen d voor 4 keer 4's en dan trekken we het land in he is de grond ongelijk en zijn we thuis en zoe vinden we sporen van koedoe's die zij me u lieen raden welk dier het was.. eerst gingen ze het me leren en daarna werd het raden voor mij of determineren.. ik was het meisje van ZIJN in de omgeving en zij liepen er met de erfenis van jagersen hun eten en de Duitser die ze leren een vtuin an te leggen  zodt ze voedsel hebben: en agrarixche omgeving te maken. ls settlers... maar de ruimte, de grote ruimte... is hen ontnomen....

het slapen tussen grashalmen.. de grashalmen als je 'shelter'. 

en dan de  het christelijk geloof: een geloof van ee agrarische cultuur: settlers.

zo triest dat ik in een landbouwland woonde en dacht dat die boerenvelden natuur waren... nu zou ik zeggen: in ieder geval geen stad of autoweg... anyway.

 

Eind van het boek

The tribes call the canyon 'HOME'

Later ..loop ik over de Rim met  mijn vriend van het Hopivolk... Hij stopt telkens de auto om op de Rim te staan en over de canyon te kijken. Glorieuze landschappen. Ik wil beneden lopen en samen slapen maar hij is onverbiddelijk..Hij laat het stuk zie vn Hopi als de zo laag staat waar de Hopi thuisgebracht woren na hun leven.. hij verteld me spookverhalen over zielen die zichtbaar werden toen hij daar ooit was en nog meer en zo zagen we de zon schijnen op het laatst alleen nog maar op de toppen van de bergen en blijft lang staan bij het groen rode gebied waar zijn volk hun doden verbergen en waar hij geesten zich wel laten zien.. daar kon hij mooi over vertellen en angstaanjagend. Zo dicht ikwam ik bij the tribes die de cnyon hun huis noemen... de ansichtkart met de schematiche tekening van de canyon en de namen van de stammen die r hun eigen gebieden hebben. 

Afrika gaat breken:  duurt minstens een paar miljoen jaar aardbevingen, lava uitbarstigen dan kome er diepe kloven  en dan verzamelt zich daar water en dan diepe meren.. langs de Kafue-breuk  bron:  Kafue-rif in ZambiaVietnam.vn

_______________________________________

drie keer lange schreeuw in de canyon en de reactie van mijn Hopivriend en van mij...

 gesprek binnen vier muren met zijn vader.

 

 de vader vroeg wt ik ervan had gedacht... ik dacht dat het een dode was die gilde maar zij dat ik aan zelfmoord hafd gesdacht  en hij zei afwezig: could be.

 Ik denk nu: was het niet een vogel geweest? Of iemand die zijn ellende eruit wilde schreeuwen........

 of iemand gewoon die al dood was.. dat dacht ik eigenlijk maar die vader zou nooit het achterste van zijn tong hebben laten zien..

het vele leed van de stammen wasin die drie schreeuwen vervat

the tribescall the cayon home zij leven er  Havasupai die langs de route 66 wonen, de Hop die r begraceven

 

alle stammen hier noemen. begraven er al eeuwen hun doden 

Tot Hier